Om half 7 werd ik wakker en ik bleef nog even liggen maar om 7 uur stond ik op. Ik probeerde wat stretch oefeningen te doen maar ik kreeg mijn voet nog niet eens vastgepakt met een kniebuiging naar achteren. Ik word steeds stijver i.p.v soepeler. Mijn rechter achillespees had ook zitten klootviolen vannacht en ik strompelde naar beneden en kleedde me aan. Mijn wasje van gisteren was nog niet helemaal droog en ik hing het hemdje en blouse en sokken aan de rugzak. Onderbroek en beha in de rugzak want nee, die hang ik niet aan de buitenkant.
Ik had met Linde, mijn gastvrouw of hoe noem je dat afgesproken dat als ik de gordijnen opendeed , zij met het ontbijt zou komen. Ik voel me net een prinses. Gordijntje open en mijn dienares komt met eten. Best maf maar ze stelde het zelf voor en ik zei geen nee.
Ze had goed gezorgd , brood , broodje , krentenbol. Lekkere geitenkaas en alles van boeren uit de buurt. Ze let enorm op wat ze eet en wil haar gasten ook goed spul voorzetten. Het is een leuke , vlotte vrouw en het praten gaat als vanzelf.
Maar tegen 9 uur pak ik mijn spullen en vertrek. We geven elkaar een hand en ze wenst me een goeie reis. Ik loop terug naar het pelgrimspad al monter met mijn armen zwaaiend. Wacht eens effe…dat kan helemaal niet. Ik zwaai met beide armen naar voor en achter. Aaargh….mijn wandelstok. Die wil ik toch echt terug hebben . Mijn makker…mijn steun. Letterlijk, want als ik moe ben begin ik steeds meer te leunen op de stok.
Ik bel Linde op en ze had het al gezien en de stok buiten gezet. Ze stond op het punt me te bellen. Ik loop weer terug want gelukkig was ik nog niet ze ver. En….loop het verkeerde straatje in. Ik bemerk het al snel en loop de goeie in en daar zie ik Linde weer. Ze gaat zelf ook een stukje wandelen. ‘Waar kom jij vandaan ?’, vraagt ze. ‘Verkeerd straatje ‘, antwoord ik. Ik ga mijn stok halen en Linde is ook weer omgedraaid en loopt stukje met me mee het dorp in. We babbelen ondertussen wat over ons verleden. Ook zij heeft een soortgelijke ervaring als ik meegemaakt. Zelfde als die vrouw van gisteren. Wonderlijk dat je elkaar dan zo tegenkomt. Na een kilometer of zo gaat zij naar links en ik rechtdoor. We gaven elkaar weer een hand en groeten elkaar.
Ik had de kerk als aanknopingspunt gekozen om weer op de route te komen. De deur was open dus ik liep naar binnen. Meeste kerken hebben altijd die mannelijke heiligen binnen staan op beelden en schilderijen maar hier was een beeld van Dimphna, afgebeeld met een zwaard. Waar ze voor staat moet ik nog opzoeken.

En ook een voorstelling van de smart van de moeders. Nogal een dramatisch beeld.

Ik liep de kerk uit en zag de rood/witte markering weer en begon die te volgen. Na een paar kilometer begon ik vaag het vermoeden te krijgen dat er iets niet klopt….mijn postduif instinct komt in opstand. Toch loop ik door want de markering zie ik nog steeds. Hoe zit dat met die zon. ..komt op in oosten toch ? Hoe loop ik dan nu ? Naar het noorden of het zuiden ? Op een gegeven moment weet ik het zeker…Ik loop weer naar het zuiden. Verdomme !!! En al best een end. Ik draai om begin terug te lopen , zit niks anders op. ‘Halloooooo’, hoor ik achter me. Ik draai om en zie Linde staan . Wtf ? Ze was al terug van haar ronde en had ergens vanwege een wegversperring anders moeten lopen en kwam zo terug op mijn pad. Ze vond het ook wonderlijk en vroeg zich af waarom we elkaar steeds tegen kwamen. Dat begon dus gisteren en nu weer. ‘Wat doe jij hier ?’, vroeg ze. ‘ Ik loop weer verkeerd ‘, zei ik. Dat had ze ook wel in de gaten en ze vertelde me hoe ik het snelste op de route kwam. Want ik had enorm tijd verloren hier. We gaven elkaar alweer een hand en dat was ook de laatste keer kan ik al verklappen.

Snel zat ik toen op de weg naar Thorn , het witte stadje. Ik wandelde er doorheen en doordat ik gewaarschuwd was onderweg door andere wandelaars dat er hier nog een rood/witte wandelroute liep lette ik goed op. Daar waren zij de fout ingegaan en verkeerd gelopen.

Ik wilde hier een stempel halen maar de VVV waar dat kon was dicht dus ik loop door. Ik kom bij een wegwijzer en zie dat de afstand van mijn pad er op staat. Ik hoef nog maar 153 kilometer naar Den Bosch. Wauw. Ik ben zo wat op de helft al.
Er lopen en fietsen al veel mensen dus het is best druk maar nog te vroeg om te stoppen vind ik. Ik wil de kerk binnen lopen maar zag dat je intree moest betalen. Ammehoela…dat doe ik niet. De stift toren van Thorn. Moest meteen aan debiteuren-crediteuren denken. Zouden de pastoors ook stiften ? Daarom vragen ze intree natuurlijk. Dat gaat in de stiftpot.

Ik loop Thorn uit langs een zandweg. Sta nog even te praten met een oud mannetje die walnoten staat te rapen . ‘Je loopt naar Den Bosch ? Tis maar waar je zin in hebt.’ Ik loop het bos in en ga zitten op een bankje en drink wat. Het is al behoorlijk warm maar gelukkig staat er een briesje. Ik hoor geritsel en zie een eekhoorntje met een walnoot in zijn mond over een hekje lopen. Ik probeerde snel mijn camera uit mijn broekzak te halen maar helaas. Ik was te laat. Maar was wel een mooi moment.

Ik vervolgde mijn toch naar Ittervoort en liep even de kerk in en brandde een kaarsje. De kerk is vrij sober dus erg veel is er niet te zien.

En hoppetee weer verder. Echt in het centrum van een plaatsje kom ik niet . Het pad loopt er meestal omheen. Behalve in Sittard dan. Vandaag gelukkig wat meer zandweggetjes.

Op naar Hunsel. Halverwege stop ik bij een picknicktafel en eet mijn meegebrachte brood en hardgekookt eitje op. Eigenlijk eet ik weinig op een dag maar echt honger heb ik nooit. Ik heb tenslotte noten en dadels mee…
Ik begin te zingen. Een kwatsliedje , zelf verzonnen.
Ik ben een koekert. ..Ik stiefel er op los…..Ik ben een koekert….Ik slenter naar Den Bosch…..lalalalaaaaalalalaaaalalalalaaaaaa. De lalala’s kun je eindeloos variëren. Zo zing ik hardop door de velden richting Hunsel.
Later lees ik in mijn boekje over een legende. Een Hunselse kloosterzuster moest haar mede zusters eten gaan brengen op het land maar ze werd afgeleid door het mooie landschap en de zingende vogels dat ze de tijd vergat. Ze ging slenteren en zong het Ave Maria en bemerkte niet dat het steeds later werd. Om een lang verhaal kort te maken….ze werd nooit meer gevonden. Totdat boeren een gestalte in zusterkleren zagen die Maria liederen zong. Dus als straf dat ze haar taak had verzaakt doolt de zuster nu voor altijd rond hier .
Dus ik hield maar snel op met zingen. Stel je voor zeg…dat ik verdwaal door mijn gezang en dat mensen hier af en toe een gestalte zien van een vrouw met rugzak en hoedje die zingt….Ik ben een koekert….

Ik ga de Jacobuskerk in en zie hier een stempelkussen en pak mijn rugzak af en pak mijn stempelkaart. Het is zelfbediening hier maar maakt niet uit , ik heb er weer eentje. Ik ga nog even zitten en loop weer de kerk uit. Jacobus is van de pelgrims….is munne moat nu.

Verder gaat de route , richting Ell. Het is warm op de velden waar ik loop en het waait flink. Ik begin wat moe te worden. Tijd voor mijn middag dip die ik elke dag wel een keer krijg. Ik loop ook niet fijn . Waarom niet ? MIJN STOK !!! Shitterdeshitshit…..Ik heb hem niet meer. Waarschijnlijk in de Jacobuskerk in Hunsel laten staan. Hoe lang loop ik al zonder ? Het moet daar gebeurd zijn. Ik draai om en kijk naar de kerk in de verte. Wat ga ik doen ? Terug ? Staat ie er wel ? Ik baal als een stekker maar ga niet terug. Dan maar zonder stok. Leuk is anders maar het zal wel lukken.
Ik weet plots geen blijf met mijn vrije hand. Ik houd hem een tijdje in mijn zij….dat is het niet helemaal. Ik houd hem een tijdje met een duim achter mijn riem ala cowboy….dat was het ook niet. Het volgende bankje ga ik even zitten besluit ik. Begin moe te worden. Nou , dat zat ook niet echt mee. Ik kwam heel dat stuk maar een bankje tegen en daar werd ik ook niet happy van.

Dan maar doorlopen naar Ell en daar goed eten . Gelukkig kom ik nog wat perenbomen tegen en eet wat van de gevallen peren. Dat smaakte wel.

Ik begin weer een beetje te strompelen en loop Ell binnen. Er zitten een paar eettentjes maar die zijn dicht. Ik vraag een man of er restaurants zijn die open zijn. Die waren er….een stukje verderop. Tenminste, hij vermoedde dat die open was. Ik zag het niet zitten om verder door te lopen.pelgrimspad was voor Ell al afgebogen dus ik moest al een stukje terug. Nog verder doorlopen….nee, geen optie. Ik vraag of er een kringloop zit. Misschien hebben ze daar een wandelstok. Nee, die hadden ze niet. Ik baal best wel dat mijn stok weg is maar krijg plots een idee. Ik sjouw al een week een GoPro stick mee. Eerste twee dagen gebruikte ik hem nog. Daarna niet meer. Vond dat selfies maken maar gedoe. De stick zit sindsdien aan de zijkant van mijn rugzak vast . Ik pak de stick en schuif hem maximaal uit. Hmm….het zou kunnen werken. Niet goed voor het ding maar ik heb weer een wandelstok. Een GoPro stok. Ik wandel Ell weer uit met mijn nieuwe stok. En loop vandaar de Krang in. Dit was mooi ! Ik zit plots weer tussen de bomen en mijn energie komt terug. Ik kom twee vrouwen tegen die daar wandelen en we raken aan de praat. Ik vertel wat ik aan het doen ben en dat ik mijn stok heb laten staan in Hunsel. Een van de twee vrouwen zei meteen dat ze die wel ging halen. ‘Waar verblijf je vannacht dan breng ik je stok naar daar .’ Ik moest hard lachen. Wat een mooi gebaar van een complete vreemde. Ik bedankte haar maar gaf het weinig kans. Maar opgewekt liep ik verder met GoPro.

Toch apart, net in Ell zat ik er helemaal doorheen en hier in de bossen leef ik weer op. Na een paar zowat bosloze dagen geniet ik hier van.
Na een paar kilometer zie ik mensen lopen. Twee vrouwen. Een met een baby en een met een jong meisje. Het meisje treuzelde steeds dus als ze door liepen hield ze hun weer op. Dus bleef ik met mijn slenterpas net achter ze. Ik raak met de vrouw met de baby aan de praat en zij was ooit naar Santiago de Compostella gelopen. Ze vertelde hoe haar ervaring was geweest. Ook zij zegt dat dat wandelen verslavend werkt en ze was trots op zichzelf dat ze het gehaald had. De andere vrouw bleek dus hier midden in de Krang te wonen en nodigde me uit in haar huis. Even naar wc , water bijvullen dat alweer bijna op was en ik kreeg een ijsje en een banaan. Dat kwam goed uit want ik heb morgen geen ontbijt bij mijn overnachting.

Ik vroeg in welke gemeente ik nu was. Swartbroek. En wat een gaaf huis hadden die zeg…wauw. Grote koele ruimtes met een mooie tegelvloer. Deed beetje mediterraans aan. En dat een waterijsje zo lekker kan zijn…..

Laatste stukje nog. De b&b waar ik vannacht zit zou ik bellen als ik in de buurt zat. Toen ik ze gisterenavond belde schrok ik van de prijs wat ik moest betalen. Ze hoorde dat ik twijfelde maar dat ik weinig keus had want er zit hier niks . Meteen bood ze aan € 30 lager te gaan . Ontbijt heb ik niet dan. Prima hoor….heb nu een banaan. Maar ik zou haar dus bellen. Ze nam op en zei dat ze in het dorp was met de auto en dat ze me wel oppikte. Daar zeg ik geen nee tegen natuurlijk want ze zat nog een paar kilometer verderop. Ik nam mijn rugzak af en ging even wachten.

Binnen 10 minuten is ze er en ik stap in. Ik vertel in grote lijnen hoe mijn dag was gegaan toen ze er naar vroeg. En ook dat ik mijn stok ergens vergeten was. ‘Oh nee hoor’, zei ze, ‘ die staat bij je slaapplek , je stok en een hemdje zijn vanmiddag bij mij afgeleverd door een vrouw. ‘ Ik was sprakeloos …..maar ….een hemdje ? Bij de B&B aangekomen leidt ze me naar een gastenverblijf helemaal verdekt en privé en daar staat ie….mijn stok en….mijn hemdje dat ik aan de rugzak had gebonden keurig op een droogrekje. Niet te geloven toch ? Ze had het hemdje in de kerk zien liggen en ook maar meegenomen. Hahahaha. Ik heb geen idee wie ze is…..Ik ken haar naam niet maar…..BEDANKT !!

Yvonne , zo heet ze weet ik ondertussen , laat me binnen in het gastenverblijf. Ze heeft wat koekjes neergezet en appels en een peer omdat ze vermoedde dat ik daar wel trek in zou hebben. Ook twee blikken bier maar ik zeg dat ik geen alcohol drink en ze schiet weer weg om even later terug te komen met twee halve liter blikken radler.
Wat een bijzondere dag weer….24,5 kilometer erbij weer. Morgen naar Brabant.